Tuesday, July 9, 2019

EEN Q & A MET WALTER WELMOED

- Welkom, Walter Welmoed, bij deze Q & A.
- Ik ben blij hier te mogen zitten, Diederik.
- Het literatuurfestival is op zijn derde dag. We zijn allemaal nu goed opgewarmd. De beste dag om jou te spreken en ik ben trots dat ik gevraagd
ben als interviewer.

- Barst maar los, Diederik.
- Zal ik doen, Walter Welmoed!
[ neemt een slok water ]
- Wat mij zo opviel toen ik laatst weer eens je werken doornam, is hoe belangrijk religie in je werk is. Van je eerste roman tot je laatste, kom ik een vruchtbare symbiose tegen. Ik heb het over de symbiose van je karakters met het geloof. Henry gelooft in wetenschap, Catherine in spiritualiteit en Xander is een ietsist. Ik zou zelfs zeggen dat het een van je hoofdthema’s is geworden.
- Hmmm.
- Wat ik me nu afvraag, verbeter mij maar als ik er naast zit, is of jouw religieuze gevoelens overeenkomen met wat sommige psychologen omschrijven als een legenestcomplex. Waarbij jij dus de moeder bent, die niet kan loslaten... van die religie. Het valt me namelijk op in je nieuwe roman Destructie van een kromgetrokken liniaal… mooi werk is dat zeg...
- Dank je, dank je.
- …dat Elizabet - na de abortus natuurlijk, past helemaal - het nonnenklooster ingaat. Ze wil zichzelf vinden. Ze vindt natuurlijk iemand anders, een vaderfiguur, dominee Bartmans - die ze dan vermoordt, want ze kan geen vrede vinden. Toen dacht ik - en corrigeer me maar als ik het niet goed hebt - dat is typisch voor jouw romans. Dat je omwille van het verlies van je moeder, en die ben je natuurlijk óók op jonge leeftijd verloren, altijd op zoek bent geweest naar een vaderfiguur. En dat je dat verlangen naar een vaderfiguur hebt doorgetrokken naar je karakters. Jij bent als het ware de vader van die karakters. In die functie ben je een pure sadist, die de karakters net zo min geeft wat jij zelf ook niet had. Zoals je eens ook je vader hebt omschreven.


- Wel… eh... interessant, die theorie...
- Wacht even, hier behoeft nog enige toelichting, denk ik. Ik zie namelijk een verband tussen dat religieuze gevoel, die symbiose dus, en het verlangen naar familie. Het valt mij op dat al je karakters een vaderfiguur zoeken. Ondertussen verliezen ze juist iemand in hun familie. Bert verliest zijn vrouw Maya. Xander verliest zijn zoontje in een verkeersongeluk. Elizabet verliest haar ongeboren kind. Catherine verliest haar vader - en ook nog eens na een explosie op een livestream... wat een wrang ironisch spiegelmotief, formidabel, hoogst origineel.
- Eh… En Henry dan?
- Henry verliest op pagina 4 al zijn verstand. Aangezien hij schizofreen is, las ik daarin dat hij een persoonlijkheid verliest. Hier komt dat spiegelmotief weer terug. Ik vond dat een waanzinnige vondst van je - van internationaal niveau kan ik wel zeggen.
- Ja eh… dat was, eh... zo bedoeld.
- Om kort te gaan: doordat je karakters iemand verliezen, keren ze zich als het ware om en zoeken ze compensatie in hun geloof. Ze raken teleurgesteld natuurlijk, want als ik even mag quoten wat George zegt tijdens de allesbepalende monoloog in De banier, die hangt te laag?
- Ga je gang.
[ pakt leesbril en boek ]
- Ik voel mijn vest te strak om mij heen zitten. Ik geloof niet meer in het vangen van haringen. Ook heb ik geen lol meer in het vangen van makrelen. Ik denk dat ik niet meer geloof in een mooie visvangst.
[ legt boek en leesbril weer weg, veegt een traan weg ]
- Die makrelen en haringen en visvangst zijn natuurlijk metaforen voor religies, dat had ik meteen door. Kijk eens naar Theresa in Een duel in de ruimte. Het is weliswaar een sciencefictiondrama dat je volgens jezelf schreef om geld te verdienen maar zij heeft hetzelfde probleem: wat te doen als je je verlies niet kan compenseren met je geloof? Theresa gelooft in de spirituele kracht van die gele wezens met zes neuzen - maar verliest die al snel als ze landt op die planeet.
[ korte pauze, interviewer neemt een slok water ]
- En daarmee kom ik op je centrale thema, je leitmotiv kan ik wel zeggen. Hopeloosheid! Wil je deze eerste strofe uit van jouw gedicht Winter 8 voorlezen? Uit jouw dichtbundel Toestanden en troepjes, waarmee je in 1986 debuteerde op vijftienjarige leeftijd.
[ geeft boek af ]
-Vier de lente! / Derde zomer / Tweede herfst / Eerste herfst...
[ neemt boek terug, veegt tranen uit ooghoek ] 
- Dit is zo schit-te-rend! Hoe de winter hier plaatsmaakt voor een tweede herfst - dat is van een schrijnende verdrietigheid. Jij als lief kind - het plezier in de lente wijst daar al op - bent hier het geloof in de seizoenen kwijt. Zoals jouw karakters een beetje hun eigen geloof kwijtraken. De winter is hier een belangrijke afwezige. Zoals in al je boeken er iets belangrijks afwezig is. Is je dat al eens opgevallen? In Klucht van een kolonel eet je hoofdpersoon Mischa elke keer friet zonder iets, geen ketchup, mayonaise, mosterd, nee, niets. Dat is natuurlijk het gemis aan een geloof dat we daar gesymboliseerd zien.
[ schraapt keel ]
- Doet me trouwens sterk denken aan die prachtpassage in Mijn reis naar Swaziland… Ging over de hopeloosheid van reizen. Ik herinner me de voortreffelijke zin: “Er grazen ook koeien in Swaziland en ook daar schijnt de zon en dus is Swaziland hetzelfde als Nederland.” Wederom dat spiegelmotief.
- Alleen is dat geen boek van mij.
- O ja, ik snap het al, van jouw pseudoniem…
- Nee, nee, dat is echt een boek van een andere schrijver, van Thomas DeClèr.
- Inderdaad, inderdaad, haha.
- Wat eh... wat is nou eigenlijk je vraag, Diederik?
- De vraag is of die symbiose van het karakter en het geloof, en het verlies in dat geloof, en het zoeken naar een vaderfiguur, en dat er altijd iemand afwezig is, dat iedereen iets mist en dat alles hopeloos is, of dat misschien uit je eigen leven komt?
- Nee.
- Oh, wat vliegt de tijd, helaas hebben we geen tijd meer voor de vragen van het publiek. Dat komt vast door de indrukwekkende mooie antwoorden van jou, Walter Welmoed. Veel dank voor dit Q & A! Hij signeert zometeen in Hal 1. Niet allemaal tegelijk graag!
[ mager applaus ]